web analytics

Orgels

De orgels in de Sint-Petrusbasiliek

Klik op één van de titels voor informatie over het betreffende orgel.

Smits hoofdorgel

De, door deken De Wijs aangezochte, orgelbouwer Smits begon eind 1840 aan zijn opdracht: de bouw van een orgel met drie klavieren en een aangehangen pedaal.
Door geldgebrek kon niet worden voorzien in een vrij pedaal. Dat vrije pedaal werd eerst in 1955 aangebracht.De kosten van het Boxtelse orgel tekende Frans Smits eind december 1842 aan in zijn rekeningboek: “Dus de rekening met Boxtel effen 7.203,–“. We mogen aannemen dat het orgel op dat moment kant en klaar was opgeleverd. Waarschijnlijk betreft dit niet alle kosten van het orgel. Denk daarbij aan het vervaardigen en plaatsen van orgelkas, beeldhouwwerk en ornamenten. Aan deken De Wijs, die alle gemaakte kosten in het rekeningboek van de parochie bijhield, danken we de namen van degenen die de orgelkas bouwden: Willem van der Eerden enVan Hool die de beelden sneed.
Het orgel was gereed in 1842 en telt ook precies 1842 sprekende stemmen (pijpen), verdeeld over 36 registers (elk register vertegenwoordigt een klankkleur). Het orgel is opgedeeld in twee delen, opgesteld op een oxaal aan de westzijde van het schip, tegen de torenwand. Die twee delen zijn het grote orgel, geplaatst direct in de Gotische spaarnis in de torenmuur en het, meer richting kerkruimte geplaatste, balustradeorgel of orgelpositief. Op de foto is het balustradeorgel te zien, vooraan, in het midden van de balustrade. De grootste orgelpijp heeft een lengte van ca. 4,56 meter met een diameter van 16 cm; de kortste pijp meet slechts 1 cm met een diameter van 0,6 cm.

Toonomvang

  • klavier: van C groot tot f’’’(f driegestreept): in frequenties van 65,41 Hz tot 1.396,92 Hz
  • onderste manuaal: rugpositief;
  • middelste manuaal: hoofdwerk;
  • bovenste manuaal: echowerk (in zwelkast)
  • pedaal: van C groot tot d’ (d ééngestreept): in frequenties van 65,41 Hz tot 293,67 Hz, 1)

Dispositie

Hoofdwerk (HW)
Boerdon 16v B/D
Prestant 8v
Holpijp 8v
Prestant 4v B/D
Fluit 4v
Octaaf 2v
Mixtuur 1v 3 sterk
Cimbal Disc 2 sterk
Bombarde 16v B/D
Trompet 8v B/D
Rugpositief (Pos)
Prestant 8v
Holpijp 8v
Flûte travers 8v Disc
Prestant 4v
Roerfluit 4v B/D
Octaaf 2v
Flagelet 1v
Trompet 8v B/D
Musette 8v Disc
Klarion 4v Bas
Echowerk (EW)
Roerfluit 8v
Echo-Holpijp 8v
Viola di Gamba 8v
Openfluit 4v
Veltfluit 2v
Sesquialter 2 sterk
Trompet 8v
Vox Humana 8v
Tremulant
Pedaal (Ped)
Bourdon 16v
Prestant 8v
Gedekt 8v
Prestant 4v
Kwint 3v
Pastorelle 2v
Trompet 16v
Trompet 8v
Koppels
HW-Pos
HW-EW
Ped-Pos
Ped-HW

Verschueren koororgel

Verschueren-orgel van zusters Ursulinen
Toen het klooster van de zusters Ursulinen, gelegen aan de Baroniestraat te Boxtel in 1985 werd opgeheven, moest ook een herbestemming worden gevonden voor het in de kapel van het klooster aanwezige Verschueren-orgel.
Zoals sinds de zestiger jaren gebruikelijk werd, stond de priester voortaan met het gezicht naar het volk en werd het altaar vaak midden in de kerk geplaatst, hetgeen ook in de Sint-Petruskerk, medio 1964, gebeurde. Het parochieel koor (dat heel vroeger uitsluitend uit mannen bestond) was intussen een een gemengd koor en groeide in omvang. Tot omstreeks 1983 (?) stond het koor opgesteld op het oxaal of koorbalustrade ter weerszijden van het orgel.
Wijziging in kooropstelling
Wellicht door samenloop van omstandigheden – een in omvang groeiend koor dat steeds moeilijker een plaats vond rondom het orgel, alsmede veranderde lithurgische inzichten – werd gezocht naar een andere plek voor het koor. Aanvankelijk werd die gevonden achter het altaar, waarbij het koor dus met het gezicht richting kerkgangers stond opgesteld. Later werd die plaats verruild voor een opstelling in de linker transeptveugel. In die situatie werd het voor de organist op het Smits-orgel lastig het koor goed te begeleiden, omdat contact moeilijk te leggen en te onderhouden was.Verschueren-orgel van zusters Ursulinen verhuist naar Sint-Petrus
Zo verhuisde het beschikbaar gekomen Verschueren-orgel van het klooster van de zusters Ursulinen in 1987 naar de noordoostelijk wand van de linker transeptvleugel. Dit orgel is een instrument met electro-pneumatische “aandrijving”, hetgeen betekent dat plaatsing van de speeltafel veel flexibeler is en – indien nodig – verder weg van het eigenlijke orgel kan plaatsvinden, dan bij een geheel mechanisch orgel mogelijk is.
Daar staat het tot op de dag van vandaag. Het bleek een goede keuze: een uitstekende positie om het koor te begeleiden en het instrument bezit een aangename klank.
In dit kader is het ook interessant de oorspronkelijke functie van, alsmede de ontwikkeling van een deel van het Smits-orgel, namelijk het balustradeorgel of orgelpositief te lezen.
   

Dispositie

Manuaal I

Prestant 8vt
Bourdon 8vt
Octaaf 4vt
Koppelfluit 4vt

Manuaal II

Tolkaan 8vt
Roerfluit 8vt
Prestant 4vt
Nachthoorn 2vt
Sesquialter II sterk
Basson-Hautbois 8vt

Pedaal

Subbas 16vt
Gedektbas 8vt
Gedektfluit 4vt

Koppels

Ped+Man I
Ped+Man II
Ped+Man II + 4vt
Man I+ ManII
Man I+ ManII + 16vt

Toonhoogte a’=435 hz

Balthasar-Florence harmonium

In de kooromgang van de Sint-Petrusbasiliek staat sinds 2013 een drukwindharmonium, aangekocht door Tommy van Doorn in 2011. Het instrument is gebouwd door de bouwer Balthasar-Florence en dateert van begin 20e eeuw. Dit bedrijf was gevestigd in het Belgische Namen en werd geleid door Henri Balthasar-Florence (1844-1915, in zijn tijd een bekend componist en dirigent), en maakte naast harmoniums ook piano’s. In Namen zijn vandaag de dag nog een “Rue Balthasar-Florence” en een muziekschool (“Conservatoire Balthasar-Florence de Namur”) te vinden.

Het instrument heeft naar verluidt schade opgelopen door inslag van granaatscherven in de Eerste Wereldoorlog, toen het zich in een dorpje aan de Belgische IJzer bevond. Enkele kleine reparaties in het hout zouden hiervan getuigen. Bij een onderhoudsbeurt door Arie Schüller uit Woerden is in 2015 de Clairon in het hoogste octaaf weer volledig gemaakt (tongen die bij een eerdere reparatiebeurt waren geplaatst bleken van slechte kwaliteit en waren buiten werking gesteld).

Dispositie:

De dispositie is naar het model van het klassieke Franse drukwindharmonium, en biedt de gelegenheid tot het spelen van een groot repertoire. Het harmonium heeft boventoonrijke 8-voeten en een forse klank in de 16- en 4-voeten. Het royale geluid komt goed tot zijn recht in de ruime Sint-Petrusbasiliek.

  • O Forté
  • S Sourdine
  • T Tremolo
  • 4 Basson
  • 3 Clairon
  • 2 Bourdon
  • 1 Cor Anglais
  • E Expression
  • 1 Flute
  • 2 Clarinette
  • 3 Fifre
  • 4 Hautbois
  • C Voix céleste
  • T Tremolo
  • S Sourdine
  • O Forté
  • GJ Grand Jeu (kniehevel)

Dumont & Lelièvre harmonium

Sinds september 2016 bevindt zich een drukwindharmonium van de Franse bouwer Dumont & Lelièvre in de Sint-Petrusbasiliek in Boxtel.
Het instrument is een zogenaamde Médiophone en dateert van eind 19e eeuw. In het bovenste deel van de kast zijn resonantieboxen aangebracht, die de draagkracht en klank van een aantal registers versterken.
Vanaf 1925 heeft dit instrument dienstgedaan in het klooster van de Zwarte Zusters in Dendermonde. Het was door hen als tweedehands instrument in gebruik genomen na de heropening van het klooster, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoest werd. Na de sluiting van het klooster in 2013 heeft Arie Schüller het instrument gereviseerd en is het door Tommy van Doorn aangekocht en geplaatst in de kooromgang van de Sint-Petrusbasiliek in Boxtel. Met de Médiophone wilde Dumont & Lelièvre de klank van het pijporgel nabootsen, maar ook de expressieve kwaliteiten van het harmonium behouden. Het beoogd gebruik was dan ook in kerken en kapellen. De bouwer maakte diverse modellen (soms met een front van namaak-orgelpijpen); het instrument dat in Boxtel staat is in de catalogus aangegeven als model G, met een kast in Renaissance-stijl.

De dispositie is als volgt:
Bas:
1 – Cor Anglais 8′
2 – Bourdon 16′
VB – Voix de Basse 8′ (combinatie van 1 en V)
B – Baruphone 32′
V – Violoncelle 8′
3 – Clairon 4′
4 – Baryton 8′
5 – Contre Basse 16′
CN – Cor de Nuit 8′
T – Tremolo 4′
Discant:
1 – Flûte 8′
2 – Clarinette 16′
C – Voix Celeste 8′
S – Saxophone 32′
V – Violetta 8′ & 4′ (combinatie van 1, C, 3, T)
3 – Fifre 4′
4 – Flûte Suisse 8′
5 – Hautbois 16′
H – Harp Eolienne 16′
T – Tremolo 8′
Verder de combinaties Concert Angélique (5 en V in de bas, 1, C en H in de discant) en Echo Celeste (V in de bas, 1 en T in de discant), Grand Jeu als kniehevel, Expression en aan de achterzijde een handpomp.

In het kwartaalblad ‘Vox Humana’ van de Harmonium Vereniging Nederland, jaar 2018 nummer 1, wordt dit instrument in het kader “Harmonium van het kwartaal” verder toegelicht en besproken door Joop Rodenburg. Tijdens de matineeconcerten door Tommy van Doorn is dit instrument steeds te beluisteren.